Welke fiets kies je om te beginnen met recreatief fietsen ?
Je wilt gewoon lekker fietsen. Niet meteen een startnummer op je rug, geen Strava-stress, geen carbon obsession. Gewoon eropuit. Zondagmorgen, dijkje langs het water, bosweggetje hier, asfalt daar. Maar dan komt die vraag. Welke fiets moet je in hemelsnaam kiezen om te beginnen met recreatief fietsen ? En ja, dat voelt ineens ingewikkelder dan gedacht.
Ik weet nog dat ik zelf begon. Ik dacht : “Een fiets is een fiets.” Nou, mooi niet dus. Na drie weken had ik pijn in mijn schouders, tintelende handen en een zadel waar ik liever niet over praat. Pas later ben ik me echt gaan verdiepen, een beetje rondkijken, lezen, vergelijken. Ik struikelde toen ook over sites zoals [https://veloshow.fr](https://veloshow.fr), gewoon om een gevoel te krijgen bij wat er allemaal bestaat. Dat helpt, al is het maar om te snappen waar je níét aan moet beginnen.
Eerst even dit : wat wil je eigenlijk gaan doen ?
Klinkt logisch, maar dit wordt vaak overgeslagen. Ga je vooral korte ritjes maken ? Uurtje hier, uurtje daar ? Of droom je al van 60 kilometer langs de Maas, met koffie halverwege ? Fiets je alleen op asfalt of ook graag over grindpaden en schelpenpaadjes ?
Wees eerlijk. Tegen jezelf vooral. Als je nu denkt “ik zie wel”, dan weet je eigenlijk al genoeg. Dan heb je geen racefiets nodig. Echt niet.
De stadsfiets : comfortabel, maar niet ideaal
Veel beginners starten op hun oude stadsfiets. En ja, dat kan. Voor een rondje naar de bakker prima. Maar zodra je langer dan een uur gaat fietsen, merk je het meteen. Zwaar. Trager. Je zit rechtop als een windvanger. Persoonlijk vind ik het geen fijne keuze als je echt recreatief wilt gaan fietsen.
Kan het ? Ja. Zou ik het aanraden ? Nee, eerlijk gezegd niet.
Hybride fiets : de veilige keuze voor beginners
Dit is vaak de sweet spot. Een hybride fiets zit precies tussen een stadsfiets en een sportfiets in. Iets sportiever, maar nog steeds comfortabel. Recht stuur, redelijk licht frame, vaak plek voor spatborden. Ideaal voor wie gewoon lekker wil fietsen zonder poespas.
Wat ik hier fijn aan vind : je hoeft nergens aan te wennen. Je stapt op en rijdt weg. Geen agressieve houding, geen zenuwachtig gevoel in je nek. Gewoon fietsen. Klaar.
Racefiets : mooi, snel… maar misschien te vroeg
Ik snap de aantrekkingskracht. Dunne banden, strak frame, ziet er snel uit zelfs als je stilstaat. Maar voor beginners ? Tja. Misschien. Als je zeker weet dat je vooral op asfalt rijdt en dat tempo je ding is.
Maar onderschat het niet. Je zit diep. Je polsen krijgen het te verduren. En elke hobbel voel je. Dat kan even schrikken zijn, dat was het bij mij wel. Ik vond het in het begin zelfs een beetje eng, vooral in bochten.
Gravelbike : populair, maar niet altijd nodig
De gravelbike is hip. Overal zie je ze. En ja, ze zijn veelzijdig. Asfalt, grind, bospaadjes. Alles kan. Maar ze zijn ook vaak duurder, en eerlijk ? Voor veel beginners is het gewoon teveel van het goede.
Als je echt weet dat je gemengd terrein wilt rijden, oké. Anders zou ik zeggen : bewaar dat idee voor later. Eerst kilometers maken. Dan pas upgraden.
Let op deze drie dingen (echt belangrijk)
1. Framemaat
Dit is geen detail. Een verkeerde maat verpest alles. Ga testen. Serieus.
2. Zadelcomfort
Het standaardzadel is zelden perfect. Dat ligt niet aan jou. Dat is normaal.
3. Gewicht
Je hoeft geen superlichte fiets, maar te zwaar is gewoon minder leuk. Dat merk je vooral na 20 kilometer.
Mijn eerlijke conclusie
Als je net begint met recreatief fietsen en je wilt het leuk houden, kies dan iets eenvoudigs. Een goede hybride fiets. Niet te sportief, niet te zwaar. Je gaat vanzelf ontdekken wat je fijn vindt. Misschien wil je over een jaar wel sneller. Of verder. Of allebei.
Maar nu ? Nu wil je vooral één ding : plezier. En dat begint met een fiets die bij je past. Dus, waar wacht je nog op ? Ga fietsen. Echt. Je voelt het meteen.
